Echtscheiding

Echtscheiding

 

Procedure

In Nederland is echtscheiding formeel alleen mogelijk als de verbintenis duurzaam is ontwricht. Er is sprake van duurzame ontwrichting, als de verhouding binnen het huwelijk zo moeilijk is geworden, dat het niet mogelijk is om nog langer bij elkaar te blijven. Als een van beide partijen dat stelt dan wordt de duurzame ontwrichting echter altijd aangenomen door de rechter.

Een echtscheiding kan alleen worden aangevraagd in de volgende gevallen:

  • de echtgenoten hebben allebei de Nederlandse nationaliteit;
  • één van de echtgenoten heeft de Nederlandse nationaliteit en de partner die de Nederlandse       nationaliteit heeft, woont ten minste zes maanden in Nederland;
  • geen van beide echtgenoten heeft de Nederlandse nationaliteit, maar ten minste één van beiden heeft voorafgaand aan het scheidingsverzoek 1 jaar in Nederland gewoond.

Een gehuwde kan op elk moment na de huwelijkssluiting om een echtscheiding vragen en hoeft geen bepaalde periode getrouwd te zijn geweest. Men kan bij wijze van spreken op dezelfde dag van de huwelijkssluiting een echtscheiding aanvragen.

Een scheidingsprocedure begint met een verzoekschrift aan de rechter. Het verzoekschrift kan iemand alleen indienen, maar ook samen met de huwelijkspartner. Het moet echter steeds door een procureur worden ingediend. Als er een eenzijdig verzoek om scheiding wordt ingediend, kan het zijn dat de huwelijkspartner bezwaar heeft tegen dit verzoek of de nevenvoorzieningen. De wederhelft kan dan verweer voeren.

In het verzoekschrift kan een gehuwde vragen om één of meer nevenvoorzieningen. Dit is een beslissing van de rechter over een verzoek dat samenhangt met de scheiding.

De rechter kan een nevenvoorziening treffen voor:

  • het gezag over en de omgang met de minderjarige kinderen;
  • de alimentatie voor de voormalige huwelijkspartner of de kinderen;
  • de boedelverdeling;
  • het woonrecht van de echtelijke woning;
  • andere zaken die met de scheiding samenhangen.

Ten aanzien van het gezag over de kinderen geldt als hoofdregel dat er door de echtscheiding geen wijziging optreedt. In principe blijven beide ouders met het gezag belast. Slechts als een van beide ouders in de procedure om één-oudergezag vraagt dan zal de rechter daar een beslissing over geven. Verzoeken om eenhoofdig gezag worden echter vaker afgewezen dan toegewezen.

Een verzoek om scheiding dient men in bij de rechtbank in het arrondissement waar men woont. Het verzoekschrift wordt via de advocaat naar de rechtbank gestuurd. Als het echtpaar samen om de scheiding vraagt en het eens is over de gevolgen of denkt het eens te kunnen worden, dan hoeven zij samen maar één advocaat te nemen. Bij een eenzijdig verzoek moeten beide echtgenoten een eigen advocaat nemen (tenzij de niet verzoekende partij geen verweer voert, in dat geval wordt de echtscheiding ‘op verstek’ uitgesproken).

Als alle stukken bij de rechtbank zijn, wordt er een datum vastgesteld voor de zitting. De echtgenoten krijgen hiervoor een oproep. Zij zijn niet verplicht om naar de zitting te komen. Tijdens de zitting vraagt de rechter aan de echtelieden of zij nog iets willen zeggen dat van belang kan zijn voor de beslissing. Als iedereen aan het woord is geweest, deelt de rechter mee wanneer hij de beslissing neemt.

Er vindt geen zitting plaats als:

  • het een gemeenschappelijk verzoek betreft;
  • er een eenzijdig verzoek is ingediend en er geen verweer wordt gevoerd;

Zijn er kinderen van 12 jaar of ouder (tot 18) betrokken bij de scheiding, dan ontvangen zij van de griffie een brief waarin wordt gevraagd naar hun mening omtrent het gezag / verblijfplaats. Deze kinderen kunnen ook aangeven gehoord te willen worden door de Kinderrechter. De meeste kinderen maken hiervan echter geen gebruik.

De rechter beslist op basis van het verzoekschrift en andere stukken. Na de zitting neemt de rechter de beslissing. De beslissing wordt schriftelijk vastgelegd. Dit wordt een beschikking genoemd. De echtgenoten krijgen de beschikking via hun advocaat thuisgestuurd.

Als één van de echtgenoten het niet eens is met de beschikking van de scheiding, kan deze in hoger beroep gaan bij het Gerechtshof. Het Hof bekijkt de zaak opnieuw en geeft daarna een beschikking. Is één van de echtgenoten het niet eens met de beschikking van het Hof, dan kan deze beroep in cassatie instellen bij de Hoge Raad der Nederlanden. De Hoge Raad bekijkt de zaak niet opnieuw. De Raad gaat alleen na of het recht goed is toegepast.

Voorlopige voorziening

Een scheidingsprocedure kan veel tijd kosten als de echtgenoten het niet eens zijn over de dingen die geregeld moeten worden, zoals het gezag over de kinderen of de alimentatie. Het kan dan wenselijk zijn een voorlopige voorziening te laten treffen. Dit is een voorlopige beslissing van de rechter over de zaken waarover men het niet eens kan worden. Veelal betreft de hoogte van de (tijdelijke) alimentatie en de omgangsregeling. Een van de meest gevraagde beslissingen is om een van de partners het ‘uitsluitend gebruik’ van de echtelijke woning toe te kennen. Indien de rechter dit toestaat, mag de andere partner de woning niet langer betreden. De beslissing geldt alleen tijdens de procedure. Tegen deze beslissing kunnen de partners niet in hoger beroep gaan. Er is een beperkte mogelijkheid om wijziging van een voorlopige voorziening aan te vragen.

Eén van de echtgenoten kan een voorlopige voorziening via de advocaat aanvragen. Men kan dit tijdens de scheidingsprocedure doen of vóórdat de scheidingsprocedure is gestart.

Convenant

Als de echtgenoten het eens zijn over de scheiding en de gevolgen, kunnen zij afspraken vastleggen in een convenant. Ook de omgangsregeling van de eventuele kinderen maakt deel uit van het convenant.

Het opstellen van een convenant is niet wettelijk verplicht, maar de echtscheiding kan met een convenant aanmerkelijk sneller verlopen. Daarnaast kunnen de scheidende partijen, door het schriftelijk vastleggen van de rechten en plichten van de scheidende partijen, bij mogelijke onenigheid in de toekomst terugvallen op de inhoud van het convenant.

Als de echtgenoten het eens zijn over de scheiding en de gevolgen, moet men via de advocaat een gemeenschappelijk verzoek tot echtscheiding indienen bij de rechtbank. Een convenant dat samen met het gemeenschappelijk verzoek wordt ingediend, krijgt officieel de status van een juridisch document. Na het indienen van het gemeenschappelijk verzoek zijn de echtgenoten binnen drie maanden gescheiden.

Pensioen

In een convenant kan men ook afspraken maken over de verdeling van de door de partners opgebouwde pensioenen. Indien de partners dit niet onderling afspreken, volgt voor huwelijken die na 30 april 1995 zijn geëindigd een pensioenverevening volgens de Wet verevening pensioenrechten bij scheiding (wet VPS). Pensioenfondsen zijn verplicht aan die verevening mee te werken, mits de aanvraag binnen twee jaar na inschrijving is ingediend.

Scheiding definitief

Nadat de beschikking is gegeven, kan binnen drie maanden hoger beroep worden ingesteld. Het huwelijk is definitief ontbonden als de beschikking is ingeschreven in de registers van de burgerlijke stand. Voor de inschrijving moeten de scheidende echtgenoten een verzoek indienen bij de ambtenaar van de burgerlijke stand. Dit regelt de advocaat. Als zes maanden na die periode waarin hoger beroep openstaat, het verzoek om inschrijving van de beschikking nog niet is ingediend, vervalt de geldigheid van de beschikking.

en hangen af van de leeftijd van de kinderen, maar vooral hoe de gescheiden ouders hun ouderschap vormgeven. Door een gedeeld ouderschap met goede afspraken en weinig conflicten kunnen de gevolgen voor kinderen worden beperkt. Gemiddeld blijkt echter dat kinderen van gescheiden ouders onder slechtere condities leven. Kinderen die vervreemd raken van een van de ouders (dit zijn in 2005 ongeveer 30-40% van de kinderen rond 1 a 2 jaar na relatiebreuk) kunnen onder andere lijden aan het ouderverstotingssyndroom.