Alimentatie

 

Alimentatie

 

Alimentatie is een financiële uitkering in de kosten van levensonderhoud die na een scheiding door de meest draagkrachtige partner aan de minst draagkrachtige ex-partner verstrekt wordt of door een ouder aan een kind wordt verstrekt.

Geschiedenis

Tot 1971 was de schuldvraag meebepalend voor het recht op en de verplichting tot betaling van alimentatie. De alimentatie voor een overspelige echtgenote kon bijvoorbeeld worden beperkt of ontzegd. Sinds 1971 heeft de schuldvraag zo goed als geen invloed meer op het recht op alimentatie.

In 1994 werd de maximale duur van de alimentatie beperkt tot 12 jaar, tenzij de ex-partners zelf samen een langere periode dan 12 jaar afspreken of als dit niet van de onderhoudsgerechtigde kan worden gevergd.

Procedure

Een gerechtelijke procedure ter vaststelling, wijziging of beëindiging van alimentatie via de rechter begint altijd met een verzoekschrift. De partners hebben bij de procedure een advocaat nodig, deze stelt voor de partners het verzoekschrift op. In het verzoekschrift moeten o.a. de volgende zaken vermeld staan:

*     naam, voornamen, geboortedatum en adres van de ex-partners (bij een verzoek om partneralimentatie);

*     naam, voornamen, geboortedatum en adres van het minderjarige kind en van de ouders (bij een verzoek om kinderalimentatie voor een minderjarig kind);

*     naam, voornamen, geboortedatum en adres van het meerderjarig kind en van de ouder van wie de financiële bijdrage wordt gevraagd (bij een verzoek om kinderalimentatie voor een meerderjarig kind);

*     reden voor vaststelling, wijziging of beëindiging van de alimentatie.

De advocaat stuurt het verzoekschrift naar de griffie van de rechtbank in het arrondissement waar de aanvrager woont. De griffier stuurt een afschrift van het verzoek naar de andere ex-partner.

Als de andere ex-partner het niet eens is met dit verzoek, kan hij of zij via een procureur (advocaat) een verweerschrift indienen. In het verweerschrift moet de ex-partner de reden van bezwaar aangeven. Als er een verweerschrift is ingediend, worden beide ex-partners opgeroepen voor een zitting.

Is er géén verweerschrift ingediend, dan vindt er meestal geen zitting plaats. De rechter neemt dan op basis van het verzoek een beslissing.

Is er wel een verweerschrift ingediend, dan vindt er een zitting achter gesloten deuren plaats. Dit betekent dat er geen publiek aanwezig mag zijn.

Als er geen verweerschrift is ingediend en er wel een zitting plaats heeft, kan de rechter bepalen dat tijdens de zitting alsnog een verweerschrift mag worden ingediend. De rechter deelt aan het einde van de zitting mee op welk moment de beslissing genomen zal worden.

De beslissing van de rechter wordt schriftelijk vastgelegd en wordt beschikking genoemd. De ex-partners krijgen de beschikking via hun advocaat toegestuurd.

 

 Partneralimentatie

Na een scheiding vervalt de verplichting om financieel voor elkaar te zorgen niet. Heeft één van de ex-partners niet voldoende inkomsten om een levensstandaard gerelateerd aan de welstand tijdens het huwelijk te bekostigen, dan moet de ander alimentatie betalen.

Partneralimentatie kan op twee manieren worden vastgesteld:

*           de ex-partners kunnen samen afspraken maken over de hoogte en duur van de alimentatie. Deze afspraken leggen zij schriftelijk vast. Vaak worden dit soort afspraken en andere toekomstige wijzigingen, via een advocaat of notaris vastgelegd;

*           de rechter stelt de hoogte en de duur van de alimentatie vast als de ex-partners geen afspraken kunnen of willen maken over de alimentatie.

De rechter houdt bij het vaststellen van het alimentatiebedrag rekening met:

  1. de behoefte van de ex-partner die alimentatie vraagt;
  2. de draagkracht van de ex-partner die alimentatie moet betalen.

De rechter kan het alimentatiebedrag wijzigen als:

de financiële omstandigheden van één of beide ex-partners gewijzigd zijn. Het alimentatiebedrag kan dan niet meer redelijk zijn;

de rechter bij zijn of haar eerdere beslissing is uitgegaan van verkeerde of onvolledige gegevens.

 

Het kan gebeuren dat een ex-partner geen alimentatie ontvangt of niet genoeg heeft aan de alimentatie om in het levensonderhoud te voorzien. De ex-partner kan dan een (aanvullende) bijstandsuitkering aanvragen bij de sociale dienst in de eigen woonplaats. De Gemeentelijke Sociale Dienst gaat dan na:

  1. of de ex-partner onderhoudsplichtig is;
  2. of de uitgekeerde bijstand op de ex-partner kan worden verhaald.

 

Duur van de alimentatie

Meestal wordt geen alimentatieduur vastgesteld. In dat geval geldt in beginsel de wettelijke duur van de alimentatie van 12 jaar na de datum van inschrijving van de echtscheidingsbeschikking in de registers van de burgerlijke stand.

Als de partneralimentatie op of na 1 juli 1994 is vastgelegd en er geen periode is vastgesteld, dan hanteert de wet twee perioden:

  1. periode van 12 jaar. Deze geldt voor een:
    1. huwelijk met kinderen;
    2. huwelijk zonder kinderen dat langer dan 5 jaar heeft geduurd.

Deze termijn van 12 jaar kan in uitzonderlijk gevallen verlengd worden.

  • periode van maximaal 5 jaar.
    1. Deze geldt voor een huwelijk zonder kinderen dat niet langer dan 5 jaar heeft geduurd. In dat geval moet de alimentatie net zo lang betaald worden als het huwelijk heeft geduurd.

 

Als de partneralimentatie dateert van voor 1 juli 1994 gelden andere regels. Daarbij geldt in principe een maximum van 15 jaar. Die termijn kan echter nog verlengd worden als de beëindiging voor de alimentatiegerechtigde te ingrijpend zou zijn.

De periode start op het moment dat de echtscheidingsbeschikking is ingeschreven in de registers van de burgerlijke stand. De ex-partners kunnen samen ook een langere periode dan 12 jaar afspreken. De rechter kan geen langere periode dan 12 jaar vaststellen.

Partneralimentatie eindigt als:

  1. -één van de ex-partners overlijdt;
  2. -degene die alimentatie ontvangt, trouwt, een geregistreerd partnerschap aangaat of gaat samenwonen als waren zij gehuwd.
  3. -door de rechter vastgestelde periode of de onderling afgesproken periode voorbij is.

Een ex-partner kan de rechter om wijziging van de afgesproken of vastgestelde periode vragen. Dit kan als blijkt dat de periode te kort of te lang is, waardoor een van beide ex-partners ernstig benadeeld wordt.

Na 12 (of maximaal 5) jaar kan de ex-partner die alimentatie ontvangt de rechter om verlenging vragen. Dit is alleen mogelijk als stopzetting voor de ex-partner die alimentatie ontvangt bijzonder onredelijk zou zijn. Een verzoek om verlenging moet uiterlijk binnen drie maanden nadat de alimentatieperiode om is, worden ingediend bij de rechtbank.

Partneralimentatie is voor de ontvanger belast en voor de betaler aftrekbaar. Voor het vaststellen van de hoogte van de alimentatie, worden veelal de door de rechters ontwikkelde Trema-normen gehanteerd (zie www.rechtspraak.nl). Hoewel deze normen openbaar zijn, blijft het voorspellen van de hoogte van de alimentatie vrij lastig. Het is moeilijk te zeggen welke posten wel en welke niet geaccepteerd zullen worden. De rechter mag ook afwijken van de Trema-normen. De afwijking moet dan wel gemotiveerd worden.

 

Kinderalimentatie

Een ouder moet voor de kinderen de kosten van verzorging en opvoeding betalen, totdat zij 18 jaar zijn. Als het kind meerderjarig wordt, houdt echter de financiële verplichting niet op. Een ouder heeft voor de kinderen van 18, 19 en 20 jaar een “voortgezette onderhoudsplicht”. Dit betekent dat hij of zij de kosten van levensonderhoud en studie moet betalen.

Het kan voorkomen dat een kind van 18, 19 of 20 jaar wel in zijn of haar onderhoud kan voorzien, bijvoorbeeld omdat hij of zij werkt. De alimentatie kan als het kind geen aanvullende behoefte meer heeft in overleg met het kind gestopt worden. Kan een ouder het niet eens worden met het kind, dan kan hij of zij aan de rechter om beëindiging van de onderhoudsverplichting vragen.

Een aparte regeling geldt voor ‘stiefouders’. Zolang een kind deel uitmaakt van het gezin van zijn ouder en diens nieuwe echtgenoot is die nieuwe echtgenoot onderhoudsplichtig. Die onderhoudsplicht eindigt als het huwelijk ontbonden wordt. Als echter de stiefouder ook het gezag heeft gehad, dan blijft deze ook na de echtscheiding onderhoudsplichtig. Deze onderhoudsplicht is in tijd begrensd: de termijn is de duur dat het gezag heeft bestaan. Stel, het gezamenlijk gezag van de ouder en de niet-ouder wordt na vijf jaar beëindigd. De niet-ouder is daarna nog vijf jaar verplicht het kind te onderhouden.

Kinderalimentatie kan op twee manieren worden vastgesteld, namelijk:

  1. De ex-partners kunnen samen afspraken maken over het alimentatiebedrag. Deze afspraken leggen zij schriftelijk vast in een convenant. De rechter kan dit bedrag op verzoek van een van de ouders wijzigen als het te laag is. Als het kind 18 jaar wordt, moet het zelf een afspraak maken met de betalende ouder, of een verzoekschrift indienen als dit niet lukt. Dit geldt ook als het kind tijdens de scheiding 18, 19 of 20 jaar is.
  2. De ex-partners zijn niet in staat afspraken te maken over het alimentatiebedrag. De rechter stelt dan een bedrag per kind vast dat maandelijks moet worden betaald. Het kan gebeuren dat de betalende ouder en het meerderjarige kind het niet eens kunnen worden over de hoogte van het alimentatiebedrag. De rechter kan dan ook voor meerderjarige kinderen een bedrag vaststellen.

 

De rechter kan het alimentatiebedrag wijzigen als:

–           de omstandigheden van de ex-partners of van het kind gewijzigd zijn. Het alimentatiebedrag kan dan niet meer redelijk zijn;

–           de rechter bij zijn of haar eerdere beslissing is uitgegaan van verkeerde of onvolledige gegevens.